Forten


Fort Breendonk

Breendonk is een Belgisch fort bij Willebroek, op circa 20 kilometer ten zuiden van Antwerpen. Het werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's gebruikt als concentratiekamp, hoewel het kamp nooit officieel door de Duitsers bestempeld werd als Konzentrationslager. Het werd gebruikt als werkkamp en als doorgangskamp. Het is het enige dergelijk kamp in West-Europa dat volledig intact is gebleven. Dit kamp is voor België een belangrijk gedenkteken geworden aan de oorlog en werd ingericht als "Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk".

 

Geschiedenis

 

De Antwerpse Fortengordel
De beslissing tot de bouw van het Fort Breendonk, genomen door de regering De Smet de Naeyer, dateert van 30 maart 1906. Het maakte deel uit van een buitenste verdedigingsgordel van elf forten rond Antwerpen. Het werd op technische wijze aangeduid als 'een fort van tweede orde met samengevoegde caponnières". In 1909 werd er aan de bouw ervan begonnen. Het wordt een betonnen vesting met in elk der vier hoeken een lange caponnière, omgeven door een brede gracht (zoals men kan zien op bijgevoegde luchtfoto). De opgegraven aarde uit de gracht werd dan gebruikt om het beton te bedekken als camouflage. De werken liepen door tot in de loop van het jaar 1914.

 

Een eerste contingent soldaten werd ingekwartierd in 1913. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de fortengordel vanaf 28 september 1914 aangevallen door het Duitse leger onder leiding van generaal von Beseler. Koning Albert I verlaat het fort op 7 oktober 1914, om zich, samen met zijn leger, terug te trekken achter de IJzer. Op 8 oktober gaf het fort zich over, nadat zijn commandant Weyns dodelijk gewond raakte.

 

Tussen de beide wereldoorlogen werden er af en toe troepen ingekwartierd. Het fort wordt een bezienswaardigheid voor de buurbewoners.

 

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog zag men in dat de oude fortengordel niet voldoende aan de moderne oorlogvoering kon worden aangepast. Breendonk werd nu het algemeen hoofdkwartier van het Belgische leger, en ook de plaats waar in geval van oorlog de Koning naartoe zou worden gebracht.

 

Toen op 10 mei 1940 het Duitse leger het neutrale België binnenviel, vertrok Koning Leopold III naar het fort, samen met zijn militaire raadgever generaal Raoul van Overstraeten. Vanuit Breendonk richtte hij zich in een toespraak tot de Belgische bevolking. Ook ontving hij in het fort bevelhebbers van het Engelse en Franse leger. Toen de trots van het Belgisch leger, het Fort Eben-Emael reeds op de eerste dag van de oorlog viel en toen de Duitsers op 16 mei een doorbraak forceerden op het Franse leger nabij Sedan besefte de koning dat het conflict al beslist was en dat er een capitulatie van het Belgisch leger zou volgen. Dit in tegenstelling tot zijn ministers, die bleven hopen op een mirakel. Het fort werd ontruimd en de koning en het Belgische opperbevel werd verplaatst naar het kasteel van Wijnendale.

 

Breendonk II
Toen het Fort na de Tweede Wereldoorlog heroverd werd, werd het opnieuw een gevangenis. Tijdens de repressie, vanaf vier september 1944, werden er collaborateurs en Duitsgezinden ("incivieken") in opgesloten, in totaal ongeveer 750. Het kamp bleef in handen van verzetsgroepen tot 10 oktober 1944, in een periode waarin de Tweede Wereldoorlog nog volop aan de gang is. De wraakgevoelens onder de bevolking zijn groot. Pas op 10 oktober werd het wettelijk gezag hersteld en kreeg de Belgische staat weer controle over het gevangeniswezen.

 

De gevangenen werden overgelaten aan de grillen van de bewakers. Hier vinden de ergste wantoestanden van de repressie plaats. De geïnterneerden worden geslagen, geschopt, vernederd op dezelfde wijze als de SS'ers voordien met de gevangenen hadden gedaan. Er wordt gedreigd met executies. Een vrouw moet in een doodskist gaan liggen ter intimidatie.

 

De vrouwelijke gevangenen worden belaagd door de sadistische Jeanne Hoekmans ("tante Jeanne"). Deze vrouwen worden kaalgeschoren, ontkleed, beschilderd met hakenkruisen en seksueel mishandeld. Later zou Jeanne Hoekmans zelf veroordeeld worden tot drieënhalfjaar gevangenisstraf wegens collaboratie met de Duitsers!

 

Deze periode staat bekend als Breendonk II en wordt door historici als even wreed beschouwd. Paul Lévy zou "Breendonk II" een ontwijding noemen van de plaats waar hij en zoveel anderen geleden hebben.

 

In 1947 werd het fort bij wet het Nationaal Gedenkteken Fort van Breendonk.

 

Een bezoek aan het fort
Het fort is opengesteld voor het publiek, dat een kijkje kan nemen in de wereld van de gevangenen. Op de binnenplaats ziet men de graven en, als men de weg langs het fort volgt, de strop met daarbij de gedenkplaten voor wie daar ter dood is gebracht. Er staan ook gereconstrueerde zwarte executiepalen voor het vuurpeloton. Er zijn kamers die authentiek gebleven zijn, waarvan de muren onaangetast zijn gebleven.