Werelwonderen oud


Tempel van Artemis

Bekijk in Google Maps

De tempel van Artemis in Efeze, ook Artemision gehetenArtemísion; Latijn: Templum Dianae Ephesi(n)ae of Artemisium Ephesi(n)um) was het grootste tempelgebouw van de oudheid en behoorde tot de "zeven klassieke wereldwonderen". Deze tempel was een van de heiligdommen ter ere van de maagdelijke jacht-, vruchtbaarheids- en maangodin Artemis (Diana), een voor de Grieken zeer belangrijke godin, met een oorsprong als Moedergodin in Anatolië. De Artemiscultus was namelijk nauw verwant met die van Kubele of Cybele. De tempel van Artemis van Efeze lag in het huidige Turkije bij Selçuk niet ver van Izmir. De latere Hellenistische stad werd gezegd een fabelachtige rijkdom te bezitten en gold later – als hoofdstad van de provincia Asia – als een van de grootste steden van de oudheid.

 

 

Voorgeschiedenis
Het heiligdom te Efeze was veel ouder dan het Artemision zelf. Pausanias meende te weten dat het heiligdom van Artemis er al zeer lang voordien was. Hij zegt met zekerheid te weten dat het reeds jaren voor de Ionische migratie bestond en zelfs ouder was dan het profetische heiligdom van Apollon in Didyma. Hij zei dat de pre-Ionische bevolking van de stad Leleges en Lydiërs waren. Kallimachos schreef in zijn Hymne aan Artemis de oorsprong van de temenos te Efeze toe aan de Amazonen. Kallimachos vermoedde dat de eredienst van deze Amazonen reeds draaide rond een cultusbeeld (bretas).

 

Bouw
Grondplan van tempel "D". De 36 columnae caelatae zijn aangegeven in een lichtere grijze tint.Opgravingen door David George Hogarth van voor de Eerste Wereldoorlog, waarbij drie opeenvolgende over de vorige gebouwde tempels werden geïdentificeerd (tempel "A" - "C"), en corrigerende nieuwe opgravingen in 1987-1988 hebben Pausanias' stelling bevestigd. Testgaten, samen met een reeks van aardewerkvondsten die teruggaan tot de midden-geometrische periode, toen de peripterostempel met kleivloer werd gebouwd (tweede helft 8e eeuw v.Chr.), hebben aangetoond dat de site reeds in de bronstijd werd bewoond. De peripterostempel van Efeze was het vroegste voorbeeld van een peripterostype op de Klein-Aziatische kust en misschien de vroegste door zuilen omringde Griekse tempel.

 

In de zevende eeuw vernietigde een overstroming de tempel en liet meer dan een halve meter zand en rommel verspreid over de voormalige vloer van aangestampte klei achter. Anton Bammer merkt op dat hoewel de onder overstromingen lijdende site tussen de achtste en zesde eeuw ongeveer twee meter werd opgehoogd en nog eens 2,4 m tussen de zesde en de vierde, de plaats werd behouden, waaruit men kan concluderen dat de site een belangrijke rol speelde in de cultus.

 

De tempel (archeologisch: tempel "D") werd in Efeze na de verwoesting van de eerdere tempels "A" - "C" (ten dele uit hout opgetrokken constructies) in een moerassig gebied herbouwd.

 

De bouw van deze nieuwe tempel, die nu uit marmer werd opgetrokken - zoals vaak met aanvankelijk houten tempels gebeurde - vergde een ongebruikelijke 120 jaar, vanaf de eerste steenlegging rond 560 v.Chr. De toenmalige bouwheer was koning Croesus van Lydië. De eerste architect was Rhoikos van Samos, dan Chersiphron van Knossos en zijn zoon Metagenes, en tenslotte Demetrios en Paionios uit Efeze zelf, die hem rond 440 v.Chr. na de beëindiging van de Perzische oorlogen voltooiden. De bouw was uiterst moeilijk, omdat de tempel bestond uit 127 rijk versierde marmerzuilen van 18 m hoog op een oppervlakte van 115 m op 55 m, die buitengewoon zware dwarsbalken droegen. De peripteros bestond nu uit twee rijen zuilen, waardoor een brede ceremoniële doorgang rond de naos ontstond. Het dak werd vervaardigd uit cederhout.

 

De Tempel van Artemis, afgebeeld door de 16e eeuwse Nederlandse schilder Martin Heemskerck. De beschrijving van deze tempel komt vooral van Plinius de Oudere. Het totale complex had een oppervlakte van ca. 8000 m². Volgens de overlevering waren in oeroude tijden de Amazonen ook de stichteressen van de stad Efeze geweest en op de friezen rond de tempel waren inderdaad talloze reliëfs met o.m. Amazonen aangebracht, gemaakt door Griekse beeldhouwers die de tempel aankleedden: Polyclitus, Pheidias, Cresilas, en Phradmon. Er waren eveneens schilderijen, en zuilen belegd met goud en zilver. Volgens Plinius heeft Scopas basreliëfs op de tempelzuilen aangebracht. Deze zuilen waren uit marmer vervaardigd en de delen werden aangevoerd uit groeven op 10 km van de plek vandaan. De techniek daartoe bestond erin de uitgehakte marmerbalken zijdelings van reusachtige houten wielen te voorzien die met pinnen in de uiteinden werden verankerd. Daarna werd deze constructie met een ossenspan op weg getrokken. Ook de lange rechthoekige architraven konden mits enige aanpassing van de techniek op die manier worden vervoerd.

 

Verwoestingen van de tempel

 

De brand van 356 v.Chr.
De tempel viel op 21 juli 356 v.Chr. ten prooi aan een brandstichting door Herostratos. Hij deed dit uit geldingsdrang: zijn opzet, door het afbranden van het wereldwonder beroemd - en aldus onsterfelijk - te worden, is hem gelukt. Volgens de legende zou in de nacht van de brand Alexander de Grote zijn geboren, die later ook zeer grote financiële hulp bood voor de wederopbouw van de tempel. Vanaf 325 v.Chr.) werd de tempel gerenoveerd. De reusachtige nieuwbouw (tempel "E") werd uitgevoerd door de Efezische architect Cheirokrates, die op het puin van de bouwwerken van zijn voorgangers een groter areaal (125,67 x 65,05 m², 2 m hoog) als basis nam voor een nieuwe, nog prachtigere tempel met stenen dak.

 

Inval van de Goten in 262
Een munt van Gordianus III (225-244) met de tempel van Artemis op de keerzijde en de legende van de Efeziërs 3de "Neokoren". Deze wederopbouw werd op haar beurt vernietigd tijdens een overval door de Goten in 262, in de tijd van keizer Gallienus: « Respa, Veduc en Thuruar, leiders van de Goten, gingen aan boord en zeilden over de zee-engte van de Hellespont naar Asia. Daar verwoesten zij vele dichtbevolkte steden en zetten vuur aan de vermaarde tempel van Diana in Efeze. »[17] De Efeziërs herbouwden de tempel opnieuw.

 

De christianisatie van Efeze
In Efeze zou volgens de tweede-eeuwse Acta Ioannis Paulus van Tarsus in het openbaar hebben gebeden in de tempel van Artemis zelf en al haar demonen hebben uitgedreven en « plotseling viel het altaar van Artemis uiteen in vele stukken ... En de halve tempel stortte in », waarop de Efeziërs zich onmiddellijk bekeerden, al wenend, biddend of vluchtend.

 

De meerderheid van Efeziërs heeft zich waarschijnlijk in de loop van de vierde eeuw tot het christendom bekeerd. In 391 werden de heidense tempels door Theodosius I voor gesloten verklaard. In 401 tenslotte werd de tempel door een bende onder leiding van Johannes Chrysostomus vernietigd, nadat het eerst nog had dienst gedaan als kerk voor het nieuw opgekomen christendom. De stenen werden voor de bouw van andere gebouwen gebruikt. Acht van de ca 18 meter hoge, donkergroene pilaren zijn te bezichtigen in de Aya Sofia, waar zij werden gebruikt voor het (aanvankelijk christelijk) prestigieuze kerkgebouw dat nu in het Turkse Istanbul werd opgetrokken. Op de plaats van de tempel in Efeze is nog een enkele zuil over. Brokstukken van de tempel worden bewaard in het Brits Museum in Londen.

 

De Artemistempel wordt onder meer in het Bijbelboek Handelingen (Handelingen 19,27) impliciet genoemd als het religieuze centrum van Efeze. Efeze was volgens dit boek de tempelbewaarster van de godin; men geloofde dat het grote Artemisbeeld dat in de tempel stond uit de hemel gevallen was (Handelingen 19,35). Efezische zilversmeden maakten destijds replica's van de tempel en van het beeld (Handelingen 19,24).

 

De christenen muntten bij al hun tijdgenoten uit door hun eenzijdige benadering van goden die niet de hunne waren. Een christelijke inscriptie in Efeze geeft aan waarom zo weinig van de cultusplaats over is:

 

"Bij het vernielen van het misleidend beeld van de demon Artemis, heeft Demeas dit symbool van waarheid opgetrokken, de God die alle afgoden verjaagt, en het Kruis van de priesters, onsterfelijk en overwinnend symbool van Christus." Het zogenaamde later genoemde Artemisium is op een andere plaats gebouwd dan waar de tempel stond en is van relatief recentere datum. Dit werd enige tijd rond de periode van het Concilie van Efeze het graf van de moeder van Maria genoemd. Tijdens dit concilie werd ook de Kerk van Maria gebouwd.