Vestingen


Brielle

Bekijk in Google Maps | Bekijk in Street View

Brielle vroeger Den Briel, is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland gelegen op het voormalige eiland Voorne. De gemeente telt 16.295 inwoners (1 november 2012, bron: CBS) en beslaat 31,32 km² waarvan 3,71 km² wateroppervlak is. Naast de stad Brielle zelf omvat de gemeente ook de dorpen Vierpolders en Zwartewaal. Brielle zelf heeft 12.160 inwoners. De gemeente maakt deel uit van het samenwerkingsverband Stadsregio Rotterdam en de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag.

 


Brielle is gelegen aan het Brielse Meer, een afgedamd gedeelte van de Maas dat zich tot belangrijk recreatiegebied ontwikkeld heeft. Het ligt ten oosten van de oude vaargeul Brielse Gat. Tot 1700 werd dit water gebruikt als verbinding naar Rotterdam, daarna trad verzanding op waardoor het Gat minder goed bevaarbaar werd. Het Goereese Gat was een alternatief.


Geschiedenis
Brielle, in de middeleeuwen de vijfde stad van het gewest Holland, is een oude vestingstad en de bekendste bedevaartsplaats van Zuid-Holland. De grotendeels uit de 17e eeuw stammende vesting van Brielle is een rijksmonument en één van de best bewaard gebleven verdedigingswerken in Nederland. De naam gaat terug op het Keltische woord brogilo ('ingesloten gebied, jachtgebied') en uit de oudste geschriften blijkt dat de huidige locatie 'de nieuwe Briel' is. 'Den ouden Briel' moet ergens anders op het eiland Voorne gelegen hebben. Lange tijd was de stad de zetel van de graven van Voorne, totdat deze heerlijkheid in 1371 bij Holland gevoegd werd. Brielle had zijn eigen haven en dreef handel met het Oostzee-gebied, met name Danzig en de Baltische staten. De stad had zelfs een eigen factorij in Zweden.


Op 1 april 1572 werd de stad ingenomen door de Watergeuzen onder leiding van Lumey en Bloys van Treslong, waarbij de veerman Jan Koppestok een belangrijke rol vervulde. De Inname van Den Briel wordt algemeen gezien als het eigenlijke begin van de opstand tegen Filips II; zie ook Tachtigjarige Oorlog. Aan dit feit dankt Brielle haar schildspreuk Libertatis Primitiae, "eersteling der vrijheid". Dit historisch feit wordt ieder jaar op 1 april gevierd. Schoolkinderen onthouden dit feit met de zin:

"Op 1 april verloor Alva zijn bril" (eigenlijk: "Op 1 april verloor Alva Den Briel")

De 1-aprilgrap dateert al van voor die tijd en wordt ook in andere landen gesignaleerd; deze heeft dan ook niets met dit voorval te maken. Toch wordt nog vaak gedacht dat de inname van Den Briel het begin van de 1-aprilgrap is geweest.

Tijdens de gebeurtenissen in 1572 doodden de protestantse Watergeuzen negentien katholieke geestelijken uit het veroverde Gorinchem, de heilige Martelaren van Gorcum. Sindsdien is Brielle ook een bedevaartsoord voor met name Nederlandse katholieken.

In 1585 werd Brielle Engels bezit: koningin Elisabeth verkreeg het in onderpand, samen met Oostende, Vlissingen en Fort Rammekens, in ruil voor militaire en financiële hulp in de strijd tegen Spanje. In 1616 kwamen deze gebieden terug bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Bezienswaardigheden
Brielle is lid van de Nederlandse Vereniging van Vestingsteden en een deel van Brielle is een beschermd stadsgezicht. Met haar bijna 400 rijksmonumenten op een inwoneraantal van nog geen 12.000 inwoners bezit de stad samen met Harlingen de meeste monumenten per inwoner van heel Nederland.

De vroegste voorbeelden van gestukadoorde plafonds in Nederland dateren van omstreeks 1600. In Nederland zijn slechts vijf van dergelijke plafonds bewaard gebleven. Op een na betreffen dit Brielse plafonds.

Opvallend is ook het grote aantal gevelstenen in Brielle. De belangwekkendste daarvan zijn die met de voorstellingen van ‘De 4 gekroonde Ambachtslien’ (Maarland N.Z. 43; circa 1580), een schip (Maarland N.Z. 49; 1607), Tobias en de vis (Maarland Z.Z. 2; 1612), ‘De Winthont’ (Kaaistraat 21; 1613), en ‘De Lammerenberg’ (Vischstraat 3; 18e eeuw).

De Vesting
De stad bezit nog steeds haar oude stadswallen, gebouwd volgens het Oudnederlands vestingstelsel. De vestinggordel van Den Briel heeft negen bastions en vijf ravelijnen en is gerestaureerd tussen 1972 en 1975. Sinds 1713 is er weinig aan de vesting veranderd, waardoor de verdedigingswerken tot de belangrijkste overgebleven vestingwerken van Nederland behoren.

In 1694 drong Menno van Coehoorn aan op modernisering van de vesting. Belangrijk was de inkorting van de stad aan de zuidzijde, waarbij aldaar veel panden werden gesloopt. Het resultaat werd een langgerekte stervormige vesting met negen bastions, vijf ravelijnen, vijf beren met monniken en vier poorten. De uit 1625 daterende Waterpoort werd in 1894 afgebroken. Bewaard bleef wel het bijbehorende midden-18e-eeuwse poortwachtershuis. In 1704 gereedgekomen is de Langepoort. De Kaaipoort uit 1709 werd rond 1860 buiten gebruik gesteld en vervangen door een coupure ter plaatse van de Oostdam. De negen volgens het Oud-Nederlandse stelsel aangelegde bastions zijn het Molenbolwerk met de molen 't Vliegend Hert, het Kruithuisbolwerk met wit gepleisterd kruithuis (circa 1710), het Galgebolwerk met bunker, het Bleykersbolwerk, het Westerbolwerk met bomvrije munitieberging (circa 1860), het Hollebolwerk (Bastion VI), het Oranjebolwerk met bomvrij wachthuis (1860), het Lijnbaansbolwerk met kruitmagazijn en ten slotte het Noordbolwerk met de restanten van de Noordpoort.

Aan de zuidzijde van de havenmond ligt de in 1858 ingerichte havenbatterij, die in 1882 werd verbeterd met een bomvrij wachthuis en vele bunkers. De vestingwerken zijn in 1972-'75 gerestaureerd onder leiding van J. Walraad.