Bekijk De Wereld


Hulst

Bekijk in Google Maps | Bekijk in Street View

Hulst, Zeeuws en Oost-Vlaams: Ulst) is een vestingstad in de Nederlandse provincie Zeeland, en hoofdplaats van de gelijknamige gemeente Hulst. De stad heeft 10.802 inwoners (2010) en is daarmee de vijfde plaats van Zeeland.

 


Hulst profileert zich als de "meest Vlaamse stad" van

Nederland. Vooral de Bourgondische levensstijl van de stad Hulst trekt veel Belgische toeristen. Het oorspronkelijke dialect van Hulst en de omliggende (katholieke) dorpen wijkt sterk af van de overige Zeeuwse dialecten en vertoont een sterke continuïteit met de dialecten in het noorden van het Waasland (België, provincie Oost-Vlaanderen). Hulst ligt ca. 30 km van Antwerpen.


Hulst is er trots op genoemd te worden in het middeleeuwse Van den vos Reynaerde. Het feit wordt gememoreerd met een standbeeld voor Reintje.

Hulst is lid van de Nederlandse Vereniging van Vestingsteden en onderhoudt een stedenband met Michelstadt in Duitsland.

Etymologie
De naam Hulst is afgeleid van: Hulstbos.

Geschiedenis
Hulst ontstond in de 11e eeuw als de nederzetting Hulust ter plaatse van de huidige Grote Markt. Hulst kreeg in 1180 stadsrechten van de Vlaamse graaf Filips van den Elzas en ontwikkelde zich tot een belangrijke vesting- en havenstad. Aanvankelijk was de Saxvliet de belangrijkste toegang tot de haven. De stad bloeide op door de aanwezigheid van de haven en de moernering die ten noorden van de stad plaatsvond.

De stadsrechten werden in 1350 uitgebreid en in 1413 werd toestemming tot de aanleg van verdedigingswerken verleend. In 1453 werd de stad, tijdens de Gentse Opstand (ook: Zoutoorlog genaamd), vrijwel geheel verwoest. Van 1453-1477 werden de wallen en poorten versterkt, maar de Gentenaren brandschatten de stad opnieuw in 1485 en 1491.

In 1458 vestigden zich de Minderbroeders te Hulst.

Nadat het omliggende gebied in 1585 was geïnundeerd, schuurde het Hellegat uit en werd dit de nieuwe haven. In 1591 werd voor het eerst een beleg voor Hulst geslagen en wel door Maurits van Oranje, die de stad binnen vijf dagen veroverde. Vijf jaar later vond een hernieuwd beleg plaats, waarbij Hulst werd heroverd door Albertus van Oostenrijk.

Van 1615-1621 werd de stad door de Spaansgezinden voorzien van de uitgebreide vestingwerken die ook tegenwoordig nog te zien zijn. Tijdens de slag bij Hulst in 1640 kwam Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz om het leven. Het lukte de Staatsen toen niet om Hulst in te nemen. In 1645 belegerden de Staatsen onder leiding van prins Frederik Hendrik van Oranje de stad Hulst en het Hulsterambacht opnieuw. Ze heroverden deze op de Spanjaarden. Onder zijn bewind was handel op de Schelde verboden en verloor Hulst zijn betekenis als handelsstad. Hulst maakte formeel tot 1648 (Vrede van Münster) met de rest van Zeeuws-Vlaanderen deel uit van het Graafschap Vlaanderen en was een dochterstad van Gent.

Verschillende abdijen hadden in Hulst een refugehuis, waaronder de Abdij van Boudelo, de Abdij van Cambron en die van Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen.

De vesting bleek in 1702 de Franse troepen te kunnen weerstaan, maar in 1747 viel de vesting bij een hernieuwde Franse inval. Hetzelfde geschiedde in 1792.

In 1795 werd de haven opgeheven: Het Hellegat was verzand en wat er van over was werd ingepolderd. Bebouwing buiten de vestinggordel was vooralsnog niet toegestaan, doch in 1816 werd de vesting opgeheven en in 1845 werd ze aangekocht door de stad, en ze bleef intact. Pas ná 1860 begon er enige bebouwing buiten de vestinggordel te ontstaan. Ook kwam er in 1871 een spoorwegstation, dat echter in 1952 werd opgeheven. In 1861 kwam er een Liefdesgesticht nabij het refugiehuis van de Abdij van Baudeloo. Dit werd in 1968 afgebroken. Pas vanaf omstreeks 1920 was er sprake van uitbreidingsplannen buiten de vestinggordel.

Hulst werd op 20 september 1944 bevrijd door de Poolse 1e Pantserdivisie. Hierbij verloor de Sint-Willibrordusbasiliek haar torenspits. Deze werd later door een betonnen bouwsel vervangen. Stemvorken omringen de klokken en bovenaan staan engelen naar het kruisbeeld gekeerd.

Sedertdien is Hulst sterk uitgebreid. Ook het grondgebied van de gemeente Hulst werd uitgebreid, door de herindelingen van 1970 en 2003.

Vesting
De stadswallen stammen uit de Tachtigjarige Oorlog. Ze worden omgeven door een gracht en zijn een gaaf voorbeeld van het zogenoemde Oud Nederlands vestingstelsel. De stadswallen zijn niet overal even hoog. Zo zijn ze in het zuiden acht meter hoog en in het noorden 10 meter. Vroeger stonden er ook nog muren op de wallen maar die zijn in de loop der tijd verdwenen. In het zuiden is een dubbele omgrachting. In het Noord-oosten sluit hij aan op de Liniedijk. De vesting had zes poorten, vier ravelijnen (waarvan er nog maar één over is), negen bolwerken en een stadsmolen.

De Keldermanspoort, ook Bollewerck Poorte en Dobbele Poort genoemd (niet te verwarren met de andere Dubbele poort - zie lager) was zowel een land- als een waterpoort, liet zowel mensen als boten binnen. In de Tachtigjarige Oorlog werd deze verwoest, in 1952 weer opgegraven door P.J. Brand.

Tegenwoordig zijn nog drie stadspoorten aanwezig: Dubbele poort (Dobbele Poort), uit 1620, verdubbeld in de jaren '30 van de 17e eeuw. Gentse poort, gebouwd in 1720 - draagt het wapen van de Generaliteit. Bagijnenpoort of Graauwse poort, gesticht in 1704 door Benjamin van Beaufort.

De negen bolwerken zijn (tegen de klok in): Molenbolwerk met de stadsmolen, Brederodebolwerk met restanten van de Keldermanspoort, Nassaubolwerk, Oranjebolwerk, Princebolwerk, Solmsbolwerk, Oude Molenbolwerk, Doelenbolwerk, en Galgebolwerk.