Vestingen


Woerden

Bekijk in Google Maps | Bekijk in Street View

Woerden is een stad en gemeente in het westen van de Nederlandse provincie Utrecht, in het oosten van het Groene Hart. De gemeente bestaat uit de kernen Woerden, Harmelen, Kamerik en Zegveld.

 

 

Geschiedenis
De plaats Woerden stamt uit de Romeinse tijd, toen rond 41 n.Chr er het castellum Laurium op deze plek werd gesticht. Dit castellum was een legerplaats langs de noordgrens van het Romeinse Rijk, die gevormd werd door de Rijn, tegenwoordig de Oude Rijn. Laurium is in gebruik geweest tot omstreeks 270.


Rond het jaar 795 werd Woerden Wyrda genoemd. Gaandeweg de Middeleeuwen begon Woerden vanaf de 12e eeuw meer versterkt te worden (een slot, wallen, grachten) en kreeg op 12 maart 1372 stadsrechten van hertog Albrecht van Beieren. In 1410 begon de bouw van het Kasteel van Woerden, in 1501 het stadhuis en in 1755 de stellingmolen De Windhond. Deze gebouwen bestaan nog steeds.

Overige monumentale gebouwen zijn: het Arsenaal (1762), de Pastorie (1672), Petruskerk (1673),Het Kruijthuis (1784), Kazerne (1790), Klooster (1899), de Watertoren (1906), de Lutherse kerk (1646) en de Sint-Bonaventurakerk (1892).

De Woerdense priester Jan de Bakker is de eerste in de Noordelijke Nederlanden, die om zijn van de R.K. kerkleer afwijkende prediking in 1525 ter dood werd gebracht op de brandstapel. De godsdiensttwisten zijn in Woerden aanvankelijk beperkt. Echter, de katholieke hertog Erik van Brunswijk, die door Filips II benoemd was tot Heer van Woerden, onderdrukte in september 1566 op hardhandige wijze pogingen om de Lutherse eredienst in te voeren in de Petruskerk. In 1575-1576 volgde het Beleg van Woerden. Woerden, dat zich in 1572 aan de kant van de Opstand schaarde, werd door de Spanjaarden belegerd: de stad houdt stand en de Spanjaarden breken hun beleg na een jaar op.

De stad had tot tweemaal toe zwaar te lijden onder de Fransen. De eerste keer was in het rampjaar 1672, toen de Fransen de stad gedurende een jaar bezetten, gedurende welke zij een schrikbewind uitvoerden, waarbij vele gebouwen werden verbrand en archieven werden vernietigd. De tweede maal was in 1813, aan het einde van de Franse Tijd, toen de bevolking iets te vroeg de kant van de prins van Oranje koos, namelijk toen de Franse soldaten zich nog in de stad bevonden. Zij namen hiervoor op een afschuwelijke manier wraak, door op 24 november de stad zwaar te plunderen en vele burgers te vermoorden. Bij deze slachtpartij werden 28 burgers gedood en raakten 37 gewond.