Dieren


Schapen

Het schaap (Ovis aries) is een zoogdier, dat door de mens is gedomesticeerd om onder andere wol te leveren. De soort behoort tot het geslacht Ovis, waar ook de moeflon en het dikhoornschaap toe behoren.

 

Ook worden schapen gehouden voor hun melk. Schapenvlees wordt bovendien gegeten, waarbij vooral het lamsvlees wordt gewaardeerd. De schapenmaag wordt gebruikt in de gerechten tripes en haggis.

 

Schapendarmen werden (en worden, indien gewenst, nog steeds) gebruikt om de snaren van een viool en andere strijkinstrumenten te maken.

 

Een mannetjesschaap wordt ram genoemd, een vrouwtjesschaap ooi en het jong lam.

 

Vroeger was Nederland een schapenland. Nu is Australië zo'n land. De wol wordt voornamelijk geëxporteerd naar andere landen.

 

Er bestaan 970 rassen die alle zijn beschreven in een boek. Zie lijst van schapenrassen voor een (onvolledig) overzicht.

 

Het schaap verschilt van de geit door het ontbreken van een sik. Ook hebben schapen niet de sterke geurklieren die geiten wel hebben. Ook is het verschil te zien door de vorm van de hoorns van het mannetje: een volwassen mannetjesschaap, ram, heeft hoorns die omlaag achter de oren langs krullen, een volwassen mannetjesgeit, bok, heeft rechte of licht gebogen hoorns.

 

Een schaap kan een leeftijd van 15 tot 20 jaar halen, maar dit komt in de praktijk zelden voor. Meestal worden ze al veel eerder geslacht. Op deze oude leeftijd verliest een schaap zijn tanden en kiezen waardoor het niet meer goed kan eten.

 

Historie
Het gedomesticeerde schaap stamt af van wilde schapen uit het geslacht Ovis. Er bestaan verschillende soorten wilde schapen, waaronder de oerial en het dikhoornschaap. De meest waarschijnlijke voorouders van het gedomesticeerde schaap zijn de moeflon (Ovis gmelini) uit Zuidwest-Azië en waarschijnlijk ook de argali (Ovis ammon) uit Centraal-Azië. Het schaap werd, net als de geit, voor 7500 v.Chr. gedomesticeerd, en behoren tot de vroegst gedomesticeerde dieren. Vanuit het Midden-Oosten, waar het schaap waarschijnlijk is gedomesticeerd, verspreidde het schaap zich over de rest van de wereld.

 

In Nederland en België zal men vanaf ongeveer 5000 voor Christus schapen zijn gaan houden. Door natuurlijke selectie (verschillende leefomstandigheden) en door gericht fokken zijn in de loop der eeuwen veel verschillende rassen ontstaan. Bij de Nederlandse rassen kan onderscheid worden gemaakt tussen heideschapen en weideschapen.

 

De Europese moeflon, die voorkomt op Sardinië en Corsica en is uitgezet in grote delen van Europa, stamt waarschijnlijk af van verwilderde tamme schapen. Ook leeft er een verwilderde populatie schapen, zogenaamde Soaigh-schapen, op de Saint Kilda-archipel, ten noorden van Schotland.