Dieren


Nijlpaarden

Het nijlpaard (Hippopotamus amphibius) is de grootste en meest algemene soort uit de familie der nijlpaarden (Hippopotamidae). De andere soort is het dwergnijlpaard (Hexaprotodon liberiensis). Het is tevens een van de grootste landzoogdieren. Enkel de olifanten en sommige neushoornsoorten zijn groter. Het is de enige levende soort van het geslacht Hippopotamus, dat onder andere ook enkele uitgestorven soorten uit Madagaskar en de Pleistocene Europese soort Hippopotamus antiquus omvat.

 

Leefgebied
Nijlpaarden leven in en om het water, in rivieren, plassen, meren en moerassen in een groot deel van Afrika, oorspronkelijk van de Nijldelta tot de Kaap. Ze komen oorspronkelijk in ieder gebied voor waar voldoende water is om in te baden en gras om van te grazen. In bergen kunnen ze tot op 2000 meter hoogte worden gevonden. Volwassen nijlpaarden kunnen in tegenstelling tot jongen doorgaans niet zwemmen of drijven, maar lopen op de bodem of zetten zich ertegen af om vooruit te komen; ze kunnen tot 8 minuten onder water blijven zonder adem te halen.

 

Nijlpaarden zijn een belangrijk onderdeel van hun ecosysteem. Er zijn meren die zonder nijlpaarden zo goed als levenloos zouden zijn, bijvoorbeeld omdat ze uit vrijwel steriel bronwater voortspruiten, maar door de bemesting door dit dier een hele levensgemeenschap ondersteunen.

 

Beschrijving
Het nijlpaard heeft een kop-romplengte van 280 tot 350 centimeter en een schouderhoogte van 130 tot 165 centimeter. De staart is 35 tot 50 centimeter lang. Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes. Vrouwtjes wegen over het algemeen 510 tot 2500 kilogram, mannetjes 650 tot 3200 kilogram.

 

Leefwijze
Kudde nijlpaarden in Luangwa ValleyOverdag verblijft het nijlpaard in het water, zodat ze beschermd zijn tegen oververhitting, uitdroging en zonnebrand. 's Nachts verlaat het het water om te grazen. Het nijlpaard graast bij voorkeur solitair op korte grasvelden. Het heeft meestal vaste paden van het water naar de graasweide. Op een nacht kan een nijlpaard acht tot tien kilometer afleggen om bij de graasplekken te komen. In uitzonderlijke situaties is het tot 30 kilometer van het water vandaan te vinden. Het nijlpaard graast met de grote, stevige leerachtige lippen, en niet met de tanden. Gras vormt het voornaamste voedsel: in een nacht eten ze tot zestig kilogram aan gras. Soms eet het ook van rottende karkassen.

 

Het nijlpaard leeft in losse kudden van twee tot vijftig dieren. In het droge seizoen, wanneer veel poelen droogvallen, kunnen deze kudden zich samenvoegen in permanente wateren tot grote kudden van meer dan tweehonderd dieren. Binnen de kudde heerst een strikte hiërarchie. De oudste mannetjes, die meestal ook het grootst en sterkst zijn, zijn dominant. De dominante mannetjes hebben een territorium, dat zowel delen van het land als het water kan beslaan. Binnen hun territorium hebben ze het recht om te paren. Onderdanige mannetjes worden getolereerd in dit territorium. Mannetjes dagen elkaar uit tot een gevecht door te gapen. Tijdens het gevecht slaan de dieren met de onderkaken tegen elkaar aan.

 

Tussen twee worpen zit een interval van twee jaar. Na een draagtijd van acht maanden wordt één, zeer zelden twee jongen geboren. Het jong wordt geïsoleerd van de kudde geboren. Moeder en jong blijven twee weken bij elkaar voordat ze terugkeren naar de kudde. Tijdens deze twee weken is ze zeer alert en agressief. Jongen zogen zowel op het land als in het water. De totale zoogtijd duurt zo'n acht maanden. Jongen zijn dan vrij speels. Vrouwtjes zijn na vijf of zes jaar volgroeid en na zeven tot vijftien jaar geslachtsrijp. Mannetjes zijn meestal eerder geslachtsrijp, maar zij zullen zich nog niet voortplanten. Zij zullen hun hele leven lang doorgroeien, zij het niet in hetzelfde tempo. Vrouwtjes blijven voor een groot deel van het leven bij hun moeder. In gevangenschap kunnen ze tot vijftig jaar oud worden.