Dierenparken


Berliner Zoo

De Zoologischer Garten Berlin, kortweg Zoo Berlin is een van de oudste dierentuinen ter wereld. De dierentuin ligt in het centrum van Berlijn bij Bahnhof Zoologischer Garten. De dierentuin is 35 hectare groot en de soortenrijkste ter wereld. De zoo werkt nauw samen met het in Oost-Berlijn gelegen Tierpark Friedrichsfelde.

 

Geschiedenis

 

Oprichting en beginjaren
In het jaar 1841 gaf de Pruisische koning Frederik Willem IV zijn fazanterie en de op het Pfaueninsel gehouden dieren aan de inwoners van Berlijn. Aanleiding was het aandringen van professor M.H. Lichtenstein, de directeur van het Zoologisches Museum.

 

Op 1 augustus 1844 werd de Zoologischer Garten bei Berlin geopend omdat het toen nog aan de rand van Berlijn lag. De Zoologischer Garten was de eerste dierentuin van Duitsland en de negende dierentuin in Europa (na Schönbrunn (Wenen), Jardin des Plantes (Parijs), London Zoo, Dublin Zoo, Bristol Zoo, Manchester Zoo, Artis (Amsterdam) en de Antwerpse Zoo)

 

De eerste 25 jaar waren moeizaam en economisch niet heel erg succesvol. De Zoologischer Garten werd geleid door een commissie die behalve professor Liechtenstein bestond uit ontdekkingsreiziger en bioloog Alexander von Humboldt en Peter Josef Lenné. De opvolger van de in 1857 gestorven Liechtenstein was professor W.K.H. Peters, ook hij deed dit als bijbaan. Echt bergopwaarts ging het pas toen Dr. H. Bodinus directeur werd in 1869.

 

Hij had daarvoor al de Zoo Köln geleid. Bij hem ging het financieel beter en er konden nieuwe dierhuizen worden gebouwd, waardoor het aantal dieren groeide en zo ook de bezoekersaantallen. De Berlijnse architecten Ende en Bockmann gaven vele dierhuizen een exotisch uiterlijk, waarbij het uiterlijk van het verblijf een link was naar de omgeving waar het dier vandaan kwam. Voorbeeld is het Antilopenhaus uit 1871 dat gebouwd is in een Afrikaanse stijl.

 

Late negentiende eeuw en vroege twintigste eeuw
Toen in 1884 Bodinus stierf kwam er aan de vooruitgang een voorlopig einde. De dierenarts Dr. M. Schmidt nam de leiding over na eerst 25 jaar directeur van de Zoo Frankfurt te zijn geweest. Wat hij tot zijn dood in 1888 heeft gedaan was vooral het financieel gestel verbeteren.

 

Zijn opvolger was de 28 jarige Dr. L. Heck, die daarvoor directeur van de Zoo Köln was. Onder zijn leiding werden onder andere het steltvogel-, het struisvogel- het apen-, het paarden- en het zwijnenhuis gebouwd, maar ook de ingang aan de Budapester Strasse. Onder de leiding van Dr. Heck groeide de zoo uit tot een van de soortenrijkste ter wereld.

 

Na 44 jaar gaf hij de taken over aan zijn zoon, die overal waar mogelijk de tralies heeft vervangen door natuurlijke barrières volgens de ideeën van Carl Hagenbeck. Onder zijn leiding werden de nu nog bestaande Bergtierfelsen, Affenfelsen, Löwensteppe en de verblijven voor de wolven en beren gebouwd.

 

Tweede Wereldoorlog en naoorlogse periode
In 1939 bezat de Zoologischer Garten meer dan 4000 zoogdieren en vogels in 1400 soorten. In enkele uren werd honderd jaar arbeid verstoord in de Tweede Wereldoorlog. Verschillende gebouwen werden verwoest, waarvan een aantal later weer in oude eer werd hersteld, waaronder het in 1913 gebouwde Aquarium. In totaal overleefden 91 dieren de oorlog, waaronder een olifantenbul, een schoenbekooievaar en de legendarische nijlpaardenbul "Knautschke".
Na het einde van de oorlog nam de vrouw Dr. K. Heinroth de leiding over.

 

Ondanks geld- en materiaaltekort nam zij zich voor de Zoologischer Garten weer op te knappen. Ondanks vele problemen werd het Aquarium stuk voor stuk weer in gebruik genomen. Helemaal nieuw waren het in 1954/55 gebouwde Olifantenhuis en het in 1956 gebouwde Nijlpaardenhuis. In 1956 ging Heinroth met pensioen. Haar opvolger werd Dr. H.G. Klös. Zijn doel was het de zoo planmatig weer op te bouwen en door vergroting van het dierbestand en fokresultaten te boeken de dierentuin weer dezelfde naam geven als voorheen.

 

Een groot deel van de huidige gebouwen en verblijven gaat terug op zijn 35-jarige diensttijd. Voorbeelden van in zijn diensttjd gebouwde verblijven/gebouwen zijn: het apenhuis, het vogelhuis, het roofdierenhuis en de nachtdierafdeling, de grote berenverblijven en de aanbouw aan het aquarium. Ook werden vele gebouwen gerenoveerd en werd er een stuk land aangekocht over de Spree in Tiergarten. Ook werden vele gebouwen die vernietigd waren weer opgebouwd aan de hand van foto's.

 

Door grote maatregelen werd het waardevolle eikenbestand behouden. Ook de basis van vele fokgroepen werd in deze tijd gelegd. Voorbeelden zijn de fokgroepen van de zwarte neushoorns, gaurs, bongo's, babiroessa's, witlippekari's, Przewalskipaarden en vele primaten en vogels.

 

Op 31 augustus 1992 ging Dr. Klös met pensioen. Zijn opvolger werd Dr. H. Frädich. Onder zijn diensttijd die tot 4 juli 2002 duurde werden o.a. het nijlpaardenhuis en de verblijven voor pinguïns gebouwd. Ook werd het Siamese runderenhuis weer gerenoveerd en werden de zeezoogdierenverblijven gemoderniseerd.

 

Zijn opvolger werd Dr. J. Lange, die daarvoor het Aquarium geleid had. In zijn termijn werden de condorvolière en het beer-wolfverblijf gebouwd. De belangrijkste bezigheden in deze periode waren echter het opknappen van het olifantenhuis, de bergdierenverblijven, de fazanterie, het antilopenhuis, de nachtdierafdeling en de adelaarsrotsen.

 

Na de pensionering van Dr. J. Lange in begin 2007, neemt Dr. B. Blaszkiewitz de leiding over. Hij was daarvoor directeur van Tierpark Friedrichsfelde, de andere Berlijnse dierentuin.