Dierenparken


Artis Zoo

Artis is de dierentuin van Amsterdam, gelegen in de Plantagebuurt. De naam Artis is een afkorting die de Amsterdamse volksmond heeft gegeven aan het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra (Nederlands: "de natuur is de leermeester van de kunst") dat in 1838 door G.F. Westerman, J.W.H. Werlemann en J.J. Wijsmuller is opgericht.

 

Met een aantal gebouwen die nog uit de negentiende eeuw stammen heeft Artis zeker een charme en een historische dimensie die aan modernere en nieuwe dierentuinen ontbreekt. Natuurlijk is er een keerzijde aan deze medaille. Zoals de meeste oudere dierentuinen die in een stad liggen, heeft Artis in de loop der jaren veel moeten verbouwen om de dierentuin aan te passen aan de moderne opvattingen over een aanvaardbare huisvesting.

 

Geschiedenis
Artis werd op 1 mei 1838 opgericht als Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra op initiatief van boekhandelaar Westerman, samen met commissionair Werleman en horlogemaker Wijsmuller. De naam van de dierentuin werd al snel versimpeld tot Artis, het deel van de naam dat zich bovenaan op de poort met de vergulden adelaars bevond. Aanvankelijk zou ook de afkorting "Natura" zijn gebruikt, maar deze naam kwam als snel in onbruik vanwege de bijklank. "Graag tot ziens in natura" zou immers anders dan bedoeld kunnen worden opgevat.

 

Op 1 mei 1852 verkreeg het genootschap het predikaat Koninklijk. Het doel was om de natuur zowel in levende als niet-levende vorm dichter bij de bevolking te brengen. Aanvankelijk was de steeds groeiende verzameling van zogenoemde "naturalia", op sterk water gezette specimina, skeletten, opgezette dieren, schelpen, fossielen en gesteenten, zeker zo belangrijk als de dierentuin zelf.

 

De museumcollectie verhuisde in 1855 naar het 'Groote' Museum aan de Plantage Middenlaan, dat prompt ook te klein werd.

 

Uiteindelijk werd de naturaliaverzameling samengevoegd met de collectie van de Universiteit van Amsterdam en in 1882 ging de verzameling naar het Zoölogisch Museum. De uitgebreide volkenkundige verzameling die Artis lange tijd in bezit had, verhuisde in 1921 naar het nabijgelegen Tropenmuseum. In de eerste jaren was Artis vrijwel alleen toegankelijk voor leden, die de tuin gezamenlijk financierden. Niet-leden mochten aanvankelijk alleen in september de dierentuin bezoeken.

 

Artis startte als een tuin met een vijver en een oranjerie van zestig bij tachtig meter op de plek van de huidige kinderboerderij. De eerste dieren waren apen, herten, papegaaien en een "Surinaamse boskat" (waarschijnlijk een Leopardus-soort) aangevuld met het naturaliakabinet van Reindert Draak. In het eerste jaar werd verder voor vierhonderd gulden een panter gekocht.

 

In 1839 was er de aankoop van de menagerie van Cornelis van Aken, die onder andere een gestreepte hyena, een Indische olifant en een afgodslang omvatte, voor 30.000 gulden. Dit leidde tot de eerste uitbreiding van Artis: de oude Middenhof werd uitgebreid met de Houtwallen aan de beide zijden van de Nieuwe Prinsengracht. Een veerpont vervoerde bezoekers tussen de twee delen van de dierentuin. In 1866 werd de gracht omgevormd tot drie grote vijvers.

 

In 1877 bereikte Artis een oppervlakte van tien hectare, gelegen tussen de Plantage Kerklaan, de Plantage Middenlaan en de Plantage Doklaan. Inmiddels was de oorspronkelijke dierentuin in de Plantage uitgebreid met onder andere een roofdierengebouw (1859) en een aquarium (1882), dat lange tijd toonaangevend geweest is in de wereld.

 

Kort na het honderdjarige bestaan in 1938 dreigde faillissement en sluiting voor Artis vanwege hoge schulden, veroudering en dalende bezoekersaantallen. Het "Comité Redding Artis" werd opgericht die de dierentuin financieel steunde. In 1940, rond het begin van de Tweede Wereldoorlog ging het weer beter met Artis.

 

Ook na het uitbreken van de oorlog was er voldoende voedsel voor de dieren en voldoende bouwmateriaal voor nieuwe projecten zoals het Kamelenveld, de Apenrots (beiden uit 1940 en de Bokkenrots 1941) Een belangrijke rol hierin had directeur A.J.L. Sunier, die als geboren Zwitser de Duitse taal uitstekend beheerste en bovendien een goede onderhandelaar was en zo de Duitse bezetters kon aanzetten tot het leveren van de benodigde materialen.

 

In de nacht van 13 op 14 juni 1941 werd Artis getroffen door geallieerde brandbommen die bedoeld waren voor naastgelegen spoorwegterrein aan de Plantage Doklaan. Er was wonderwel alleen schade aan gebouwen. In september 1941 moest de dierentuin op last van de bezetter de joodse leden, waarvan er van oudsher veel waren, de toegang ontzeggen. In 1945 kreeg ook Artis het lastiger en er ontstond een tekort aan voedsel en brandstof voor aquariumpomp. Uiteindelijk kwam de bevrijding net op tijd.

 

Ter gelegenheid van het 150-jarige bestaan werd in 1988 het Planetarium geopend in Artis. In 1992 volgde het geologisch museum. Eind jaren negentig begon Artis met een reeks vernieuwingen, mede mogelijk gemaakt door de aanwinst van het naastgelegen spoorwegterrein van vier hectare groot aan de Plantage Doklaan en het Entrepotdok.

 

In 1997 werd het Aquarium geheel vernieuwd met een koraalrif, een vloedbos uit de Amazone en de fauna van een Amsterdamse gracht. De eerste vernieuwing was de aanleg van het Wolvenbos in 1999, gevolgd door een nagemaakt Afrikaans savannelandschap aan het Entrepotdok later dat jaar.

 

De Zuid-Amerikaanse Pampa werd in 2004 geopend. In 2005 werd het nieuwe Insectarium geopend, gevolgd door een groot vlinderpaviljoen in 2006. Hiermee beschikt Artis nu over het grootste insectarium ter wereld. Voor de nabije toekomst staat de aanleg van nieuwe verblijven voor de roofdieren en apen met een onderliggend parkeergarage gepland op de plaats van het huidige parkeerterrein. De huidige directeur van Artis is Haig Balian, die in augustus 2003 Maarten Frankenhuis.